Romeinse watermolens op de Monte Ginico – Janiculumheuvel

Romeinse watermolens op de Monte Ginico – Janiculumheuvel

De watermolens op de Monte Ginico (Janiculumheuvel) in Rome waren een essentieel industrieel complex in de keizerlijke hoofdstad en vormden een belangrijk technologisch hoogtepunt van de oudheid. Ze speelden een cruciale rol in de voedselvoorziening van Rome.

Hoewel de resten van de Romeinse watermolens op de Janiculum later werden vernietigd of verdwenen zijn, onder andere door de aanleg van de Acqua Paola in de 17e eeuw, staat het complex in de geschiedenisboeken als een vroeg voorbeeld van grootschalige, gemechaniseerde voedselproductie in de oudheid.

Functie

  • Doel
    Het complex diende als een grootschalig productiecentrum voor meel, bestemd voor de openbare bakkerijen (pistrina) die brood leverden aan de bevolking van Rome. De mechanisering maakte een efficiënte en constante bevoorrading van de enorme stad mogelijk.
  • Verdediging
    De watermolens waren zo belangrijk dat Keizer Aurelianus (regeerperiode 270–275 n.Chr.) de Aureliaanse Muur liet aanleggen om dit vitale industriële gebied binnen de stadsgrenzen te houden en te beschermen.

Technisch ontwerp

Hoewel de overblijfselen van de Romeinse molens in Rome minder goed bewaard zijn dan die van Barbegal, wijst archeologisch onderzoek op een vergelijkbaar concept van efficiëntie:

  • Meerdere molens
    Net als in Barbegal ging het waarschijnlijk om een reeks van meerdere molens die dicht bij elkaar waren geplaatst, waarbij het afvloeiende water van de ene molen de volgende aandreef, wat het cascade-principe wordt genoemd. Daarmee werd de kracht (energie) van de de waterverval optimaal benut voor de aandrijving van meerdere molens.
  • Type molen
    Op basis van recente opgravingen aan het einde van de jaren negentig wordt vermoed dat, in tegenstelling tot de oorspronkelijke aannames, de molens waarschijnlijk het onderslagtype waren, waarbij het water onder het waterrad doorstroomde om het aan te drijven, in plaats van het bovenslagtype waar het water van boven op het waterrad valt. Beide typen waren echter bij de Romeinen bekend.
Noordmolen Twickel - Watermolen - Aqua Traiana - Rome

Locatie

De molens waren waarschijnlijk gevestigd aan de westelijke zijde van de heuvel, waar het water van het aquaduct een aanzienlijke valhoogte had om de molens aan te drijven. De exacte locatie van de molencomplexen, er waren er verschillende, mogelijk tot wel 13, wordt geassocieerd met het gebied rond de Porta San Pancrazio of in de buurt van de moderne Fontana dell’Acqua Paola, waar het aquaduct eindigde en een grote hoeveelheid water beschikbaar was.

Er is geen enkel punt te geven dat alle molens omvat, aangezien ze over een deel van de heuvel verspreid stonden. De molens waren echter geconcentreerd in het gebied waar het water van de Aqua Traiana met voldoende druk naar beneden kwam.

We kunnen het gebied van de Fontana dell’Acqua Paola, die de eindbestemming van de Aqua Traiana markeert, gebruiken als een goed referentiepunt voor de historische locatie zoals hier afgebeeld. Dit punt ligt in het hart van het gebied op de Gianicolo waar de Romeinse watermolens stonden.

Watervoorziening: De Aqua Traiana

De molens werden aangedreven door water uit een van Rome’s grootste aquaducten. De Aqua Traiana.

  • Bouw
    Het aquaduct werd in 109 n.Chr. voltooid door keizer Trajanus. Het bracht water van uitstekende kwaliteit van bronnen bij het Meer van Bracciano, ongeveer 40 km ten noorden van Rome, naar de stad.
  • Aandrijving
    De Janiculumheuvel bood een perfecte locatie. Het water van de Aqua Traiana arriveerde op grote hoogte en kon vervolgens een steile afdaling maken. Deze hoogte creëerde het noodzakelijke verval om de waterraderen met voldoende kracht aan te drijven.
Noordmolen Twickel - Watermolen - Aqua Traiana

Historisch Belang

De molens waren het meest cruciaal tijdens de Gotische Oorlog:

  • Beleg van 537 n.Chr.
    Toen de Goten onder Vitiges Rome belegerden, sneden zij de aquaducten af die de stad van water voorzagen, waardoor de andere molens in Rome, die mogelijk op de lagere aquaducten zoals de Anio Vetus waren aangesloten, tot stilstand kwamen.
  • De Janiculum-oplossing
    De Aqua Traiana op de Janiculum was echter het enige aquaduct dat snel kon worden hersteld. De Romeinse generaal Flavius Belisarius liet het water omleiden om de molens weer aan te drijven, zodat de essentiële graanproductie in stand kon worden gehouden om de belegerde bevolking te voeden. Dit strategische gebruik benadrukt het militaire en civiele belang van het molencomplex.

Hoewel de resten van de Romeinse watermolens op de Janiculum later werden vernietigd of verdwenen zijn, onder andere door de aanleg van de Acqua Paola in de 17e eeuw, staat het complex in de geschiedenisboeken als een vroeg voorbeeld van grootschalige gemechaniseerde voedselproductie in de oudheid.