Oude Romeinen en hun vlas, linnen, lijnzaad en lijnzaadolie

Oude Romeinen en hun vlas, linnen, lijnzaad en lijnzaadolie

Hoewel olijfolie veruit de meest gebruikte olie was in het oude Rome, zijn er aanwijzingen dat lijnzaadolie ook bekend en gebruikt werd, met name voor medicinale en ambachtelijke doeleinden. De kennis van lijnzaad en de toepassingen ervan is veel ouder dan het Romeinse Rijk. Lijnzaad en lijnzaadolie werden al gebruikt in het Oude Egypte voor zowel voeding als gezondheid.

Noordmolen Twickel - Oude Romeinen - Vlas verbouwen

Vlas in het Romeinse Rijk

Omdat de vlasplant een onafscheidelijke relatie heeft met lijnzaad, wordt in deze alinea eerst het vlas, en daarmee de stengel van de plant beschreven met hoe dit door de oude Romeinen werd bewerkt. Vlas werd verbouwd in het Romeinse Rijk. Plinius de Oudere, een Romeinse auteur en natuuronderzoeker, beschreef de verbouwing van vlas in Gallië en Germanië. De plant werd gebruikt voor de vezels om linnen van te maken, naast dat de zaden worden geperst tot lijnzaadolie.

Romeinse wegen

Misschien vraag je je af waarom we eerst beginnen over Romeinse wegen. Zonder wegen kon men niet makkelijk reizen. De Romeinse troepen konden zich niet snel verplaatsen. Goederen waren moeilijk te transporteren. De Romeinen waren meesters in het aanleggen van wegen. Als je op de nog steeds bestaande weg als de Via Appia bent geweest en je hebt gezien hoe deze wegen werden gebouwd, besef je je dat ook hierin de de Romeinen iets konden wat niet voor te stellen is voor die tijd.  Als je geen graan kunt vervoeren naar watermolens, kan de watermolen niet malen, en kan het meel niet worden vervoerd naar de steden. En zo kun je geen goederen vervoeren van en naar havens, en noem maar op.

Wetenschappers hebben in een recente studie het project itiner-e online gezet waarin 300.000 kilometer aan Romeinse wegen in kaart zijn gebracht. Je kunt onder andere meten hoe lang men er over deed om lopend of met een kar met ossen van de ene plek naar de andere plek te reizen. Bekijk de animatie hier onder van itiner-e en lees ter inleiding het artikel ‘Google Maps’ voor Romeinse Rijk gelanceerd: ‘Wegennet met enorme impact’ van de NOS.

Noordmolen Twickel - Oude Romeinen - Vlas - Linnen
Noordmolen Twickel - Oude Romeinen - Vlas - Linnen
Linnen

De Romeinen waren bedreven in de landbouw en gebruikten methoden die al eeuwenoud waren. Vlas was een belangrijk gewas voor hen, vooral omdat het de basis vormde voor linnen, een veelgebruikt materiaal voor kleding, zeildoek, en andere textielproducten. Het verbouwen en verwerken van vlas was een arbeidsintensief proces, dat grofweg uit de volgende stappen bestond:

  1. Zaaien
    Vlas werd in het vroege voorjaar gezaaid, vaak breedwerpig met de hand. De zaadjes werden niet dieper dan 2 cm in de grond gebracht, wat zorgde voor een fijn en ondiep zaaibed. De Romeinen wisten dat de kwaliteit van het vlas afhing van de groeiomstandigheden, en dat de beste kwaliteit in Noord-Europa werd geproduceerd.
  2. Oogsten
    Rond juli, na ongeveer 100 dagen, was het vlas rijp. Het werd niet afgesneden, maar met wortel en al uit de grond getrokken. Dit was cruciaal om de vezels zo lang mogelijk te behouden. Na het trekken werden de planten in kleine schoven (vlaskapelletjes) gezet om te drogen.
  3. Repelen
    Na het drogen werden de zaadbollen van de stengels verwijderd. Dit proces, dat ‘repelen’ wordt genoemd, gebeurde handmatig door de stengels door een ijzeren kam te trekken. De zaden, bekend als lijnzaad, werden gebruikt voor voedsel en de productie van lijnolie.
  4. Roten
    Dit was een van de belangrijkste stappen. Het vlas werd in water gelegd, bijvoorbeeld in een rivier of speciale waterputten, om een rottingsproces te starten. De pectine die de vezels aan de houtige kern van de stengel (de ‘scheven’) bindt, werd opgelost. Dit proces moest nauwkeurig worden gecontroleerd. Te kort roten leverde stugge vezels op, terwijl te lang roten de vezels kon beschadigen. Na het roten werd het vlas weer gedroogd.
  5. Braken en zwingelen
    Na het drogen werden de stengels ‘gebroken’ (braken) om de houtachtige delen te verbrijzelen. Vervolgens werden ze ‘gezwingeld’, waarbij de laatste houtsnippers met een speciale stok, een ‘zwingelstok’, van de vezels werden geslagen.
  6. Hekelen
    Met een hekel, een houten plank met ijzeren pinnen, werden de vezels gekamd. Dit verwijderde de laatste onzuiverheden en kamde de vezels tot een lange, gladde bundel. De lange vezels werden gebruikt voor het spinnen van fijn linnen, terwijl de kortere, grovere vezels (klodde) werden gebruikt voor het maken van touw en zakken.
  7. Spinnen en weven
    Uiteindelijk werden de vlasvezels tot draad gesponnen en vervolgens geweven tot linnen doek. De Romeinen waardeerden linnen om zijn lichte en luchtige eigenschappen, vooral in warme klimaten. Hoewel wol het meest voorkomende materiaal was voor kleding, werd linnen ook veel gebruikt, en fijnere, duurdere kledingstukken, zoals de Ionische chiton of peplos (Oudgrieks kledingstuk zoals een soort tuniek of hemd) werden van linnen gemaakt.

Geneeskunde

De Romeinen namen veel kennis over van de Griekse geneeskunde. Hippocrates (uit het oude Griekenland) noemde al de geneeskrachtige werking van lijnzaad. Romeinse artsen gebruikten ook plantaardige producten en oliën in hun zalven en medicijnen. Het is waarschijnlijk dat lijnzaadolie hier een rol in speelde, aangezien het bekend stond om zijn ontstekingsremmende en verzachtende eigenschappen.

De Romeinen waren, net als de Grieken voor hen, grote liefhebbers van kruidengeneeskunde. Ze putten veel kennis uit de werken van beroemde artsen als Hippocrates en Dioscorides. De vlasplant, met zijn zaden en olie, speelde een belangrijke rol in hun medische praktijken.

Noordmolen Twickel - Oude Romeinen - Lijnzaadolie - Geneeskunde
Noordmolen Twickel - Oude Romeinen - Lijnzaadolie - Geneeskunde

Toepassingen in de geneeskunde

  1. Lijnzaad als laxeermiddel en voor de spijsvertering
    • Slijmstoffen
      Lijnzaad bevat veel oplosbare vezels en slijmstoffen (mucilago). Wanneer de zaden in water werden gelegd, zwollen ze op en vormden ze een geleiachtige massa. Deze gel werd ingenomen om de spijsvertering te bevorderen en constipatie (verstopping) te verhelpen. Het slijm smeerde de darmwand, wat de stoelgang vergemakkelijkte. Dit gebruik is al eeuwenoud en wordt nog steeds erkend.
    • Emollients
      De zaden werden gemalen en als een papje of cataplasma (warm kompres) gebruikt om ontstekingen en irritaties van de maag en darmen te verzachten.
  1. Toepassingen voor de huid en externe wonden
    • Verzachtende werking
      Zowel gemalen lijnzaad als lijnzaadolie werd gebruikt om huidirritaties, brandwonden, zweren en andere wonden te behandelen. Het had een verzachtende en ontstekingsremmende werking, en de Romeinen geloofden dat het hielp bij het genezingsproces.
    • Cataplasma’s en pleisters
      Een mengsel van gemalen lijnzaad en heet water werd als een zachte, warme kompres op de huid aangebracht om de genezing van infecties en abcessen te bevorderen.
  1. Lijnzaadolie voor interne kwalen
    • Blaas- en nierklachten
      Lijnzaad en lijnzaadolie werden ingezet bij aandoeningen van de urinewegen en de blaas. Het had een kalmerend effect en men dacht dat het hielp bij het bestrijden van ontstekingen.
    • Ontstekingen van de luchtwegen
      Lijnzaad werd ook gebruikt in siroop of mengsels om aandoeningen zoals hoest, bronchitis en keelpijn te verlichten.
  1. Toepassingen bij gynaecologische aandoeningen
    Historische teksten uit de Romeinse oudheid suggereren dat lijnzaad ook werd ingezet bij problemen met de baarmoeder en andere gynaecologische klachten. De details hierover zijn beperkt, maar dit toont aan hoe veelzijdig de plant werd beschouwd.

Belangrijk om te weten

  • De Romeinse geneeskunde was een combinatie van empirische kennis (opgedaan door ervaring), theorieën zoals de leer van de vier humeuren en soms ook bijgeloof.
    De vier humeuren is een antieke theorie, ontwikkeld door Hippocrates en later uitgewerkt door Galenus, die stelt dat de gezondheid van een mens afhangt van het evenwicht tussen vier lichaamssappen: bloed, slijm, gele gal en zwarte gal.
  • De Romeinse artsen hadden een gedetailleerde kennis van planten en hun eigenschappen. Plinius de Oudere en Galenus waren belangrijke figuren die hun bevindingen over kruiden en medische toepassingen opschreven, waaronder het gebruik van de vlasplant.
  • Hoewel de Romeinen de chemische samenstelling van lijnzaadolie niet kenden, begrepen ze wel de effecten die het had. Veel van de toepassingen die ze hadden, worden vandaag de dag nog steeds onderzocht of zelfs geadviseerd, zoals het gebruik van lijnzaad bij darmproblemen.

Lichaamsverzorging

De Romeinen waren erg begaan met hygiëne, lichaamsverzorging en cosmetica. Hoewel de meest gebruikte olie in de Romeinse cultuur ongetwijfeld olijfolie was, speelde ook lijnzaadolie een rol in hun schoonheids- en gezondheidsrituelen.

Huidverzorging en verzachting

Lijnzaad en lijnzaadolie werden door de Romeinen, net als door de Grieken en Egyptenaren voor hen, gewaardeerd om hun verzachtende en ontstekingsremmende eigenschappen.

  • Verzachtende kompressen
    Gemalen lijnzaad werd gemengd met heet water tot een papje (cataplasma) om de huid te kalmeren en irritaties, zweren en abcessen te behandelen.
  • Bescherming tegen de zon
    In het hete, droge klimaat van het Romeinse Rijk was huidverzorging cruciaal. Hoewel de Romeinen de chemische werking niet kenden, wisten ze wel dat lijnzaadolie kon helpen de huid soepel en gehydrateerd te houden, wat bescherming bood tegen de zon
Noordmolen Twickel - Oude Romeinen - Lijnzaadolie - Geneeskunde - Verzorging
Noordmolen Twickel - Oude Romeinen - Lijnzaadolie - Casmetica
Cosmetische toepassingen

De Romeinen waren meesters in het maken van zalfjes, crèmes en make-up. Lijnzaadolie werd hierbij als basis of ingrediënt gebruikt, vooral in minder dure preparaten.

  • Bindmiddel voor make-up
    Pigmenten, zoals loodwit voor een bleke huid en rood voor de lippen en wangen, werden gemengd met een olieachtige basis om ze aan te brengen. Lijnzaadolie kon, net als duurdere oliën en dierlijke vetten, dienen als een goedkoop bindmiddel voor deze cosmetica.
  • Haarverzorging
    De slijmstoffen in lijnzaad waren al bekend om hun geleiachtige consistentie. Hoewel niet specifiek over de Romeinen gedocumenteerd, is het aannemelijk dat de Romeinen, gezien hun kennis van planten, wisten dat deze gel kon worden gebruikt om het haar te temmen en te laten glanzen. Lijnzaadgel werd en wordt in andere culturen ook gebruikt als een natuurlijke haargel.
  • Middelen tegen rimpels
    Omdat lijnzaadolie de huid soepel hield, werd het vermoedelijk ook gebruikt in crèmes om rimpels te verminderen.
Lichaamsreiniging in de badhuizen

In de Romeinse thermae (badhuizen) werd geen zeep gebruikt zoals wij die kennen. Een mooi en bekend  voorbeeld van een badhuis van de Oude Romeinen in Rome zijn de Thermen van Caracalla. In plaats daarvan smeerden de Romeinen hun lichaam in met olie, vermengd met geuren en soms ook zand. Dit mengsel werd vervolgens met een strigilis (een huidschraper) van het lichaam verwijderd, waarbij ook vuil en dode huidcellen werden weggeschraapt. Hoewel olijfolie de standaard was voor dit ritueel, is het niet uitgesloten dat ook andere, meer geurende oliën, waaronder lijnzaadolie, werden gebruikt.

Belangrijk te onthouden

  • De Romeinse medische en cosmetische kennis was gebaseerd op observatie en empirie, niet op wetenschappelijke analyse van vitaminen en vetzuren. De Romeinen wisten dat lijnzaadolie werkte, maar ze kenden de redenen erachter niet.
  • Lijnzaadolie werd over het algemeen als minder luxe beschouwd dan olijfolie. De rijkere Romeinen gaven de voorkeur aan duurdere oliën en geurige zalven gemaakt van dierlijke vetten, geparfumeerd met mirre, wierook, rozen en lelies.
  • Historische bronnen zoals de werken van Plinius de Oudere beschrijven het gebruik van talloze planten en hun toepassingen. Hoewel zijn geschriften uitgebreid zijn, is het niet altijd even duidelijk of lijnzaadolie specifiek voor cosmetische doeleinden werd gebruikt, of dat de toepassingen die hij noemt ook golden voor andere oliën.

Zeep

Hoewel lijnzaadolie een olie is die in de oudheid bekend was, zijn er geen concrete historische bewijzen dat de Oude Romeinen het gebruikten voor het maken van zeep. Het waren voornamelijk olijfolie en dierlijke vetten die, in combinatie met houtas, de basis vormden voor hun zeepachtige substanties.

Noordmolen Twickel - Oude Romeinen - Lijnzaadolie - Badhuis
Noordmolen Twickel - Oude Romeinen - Lijnzaadolie - Houtveredeling

Het gebruik van lijnzaadolie als beschermend middel

Lijnzaadolie is een zogenaamde “drogende olie”. Dit betekent dat de olie, na blootstelling aan lucht, polymeriseert en uithardt tot een harde, beschermende film. Deze eigenschap maakt het ideaal voor het conserveren van hout.

  1. Impregnatie en bescherming tegen vocht
    De Romeinen gebruikten lijnzaadolie om houten oppervlakken in te wrijven. De olie drong diep door in de poriën van het hout. Hierdoor werd het hout waterafstotend. Dit was vooral belangrijk voor constructies die aan de elementen werden blootgesteld, zoals scheepsrompen, brugonderdelen en houten meubels.
  2. Bindmiddel voor verf
    Naast het gebruik als pure beschermlaag, diende lijnzaadolie ook als bindmiddel voor pigmenten. Door pigmenten te mengen met lijnzaadolie, creëerden de Romeinen olieverf. Deze verf werd niet alleen gebruikt voor artistieke doeleinden, maar ook om houten oppervlakken te schilderen en zo een extra beschermende laag te creëren. De verflaag beschermde het hout tegen de zon (UV-straling), waardoor vergrijzing werd vertraagd, en tegen vocht.
  3. Houtveredeling en glans
    Lijnzaadolie gaf het hout een warme, diepe glans en bracht de natuurlijke nerven van het hout mooi naar voren. Hoewel de Romeinen pragmatisch waren en vooral de functionele aspecten van de olie waardeerden, droeg dit esthetische voordeel bij aan de populariteit van lijnzaadolie voor het afwerken van meubels en houten objecten.

Andere methoden voor houtconservering in de Romeinse tijd

Hoewel lijnzaadolie een belangrijk hulpmiddel was, gebruikten de Romeinen ook andere technieken om de levensduur van hout te verlengen, vaak in combinatie met elkaar:

  • Thermische technieken
    Soms werd hout verhit of geblakerd. Dit proces, vergelijkbaar met de latere Japanse techniek Shou Sugi Ban, creëerde een verkoolde buitenlaag die het hout weerbaarder maakte tegen insecten en vocht.
  • Impregnatie met chemicaliën
    De Romeinen maakten gebruik van zout en kalk om hout te impregneren. In houten palen die in de grond werden geplaatst, werden boorgaten gemaakt die werden gevuld met kalkwater. Dit zorgde voor een effectieve bescherming tegen rot.
  • Hars en teer
    Harsen van bomen en teer, vaak verkregen uit de verhitting van hout, werden gebruikt om een waterdichte laag op het hout te creëren. Dit was vooral belangrijk voor de scheepsbouw.
  • Linoleum
    Hoewel linoleum in de huidige vorm pas veel later werd ontwikkeld, is de lijnolie al lange tijd de belangrijkste grondstof. De Romeinen zouden in hun tijd mogelijk al vergelijkbare toepassingen hebben gekend voor de olie als een soort bindmiddel of beschermende laag.

Kortom, de Romeinen kenden de conserverende eigenschappen van lijnzaadolie en gebruikten deze om de duurzaamheid en levensduur van houten objecten, gebouwen en schepen te verlengen.

Noordmolen Twickel - Oude Romeinen - Lijnzaadolie - Lijnolieverf
Noordmolen Twickel - Linnen - Oude culturen

Meer informatie

Wil je meer informatie en lezen over vlas, linnen, lijnzaad en lijnzaadolie zoals dit in de oudheid al werd gebruikt en andere onderwerpen, kijk dan op onderstaande pagina’s uit deze serie: